Met heimwee dacht ik daarom zaterdagavond terug aan de Ansarateditie van twee jaar geleden. Toen ontpopte Jo S. (foto) zich tot ceremoniemeester van de fuifavond. Hij doopte de party om tot ‘Parijs-Roubaix’. Dat gebeurde in die tijd wel vaker. Elke zware avond kreeg de naam van een wielerklassieker. Degene die tijdens het hele feestgebeuren het meeste bier (of andere alcoholische drank) kon verzetten en het langste door kon gaan met dansen, mocht zich tot winnaar kronen.
Jo S. leidde Parijs-Roubaix die avond als geen ander in goede banen. Na elke nieuwe pint kondigde hij aan hoeveel kasseistroken er nog lagen vooraleer we in het beruchte Bos van Wallers zouden arriveren. De spanning was te snijden, en hoe dichter we bij de scherprechter van de Helleklassieker kwamen, hoe meer duidelijk werd dat de ceremoniemeester zélf de wedstrijd naar zijn hand aan het zetten was.
Eens in het bos Wallers aangekomen, ging Jo S. verschrikkelijk tekeer. Vanaf de eerste kassei trok hij plots zijn t-shirt uit, zwaaide die een aantal keer triomfantelijk boven zijn hoofd om vervolgens het stuk textiel in de joelende fuifmassa te laten verdwijnen.
Niemand die nog naar zijn wiel durfde of kón springen.
Of hij even later op de beslissende strook Carrefour de l’Arbre nog even outstanding was, kon noch hijzelf, noch iemand van ons de volgende dag navertellen.
4 comments:
Prachtige man,
Een uit graniet gesneden Vlaeminck, scherp als een mes hard als een voorhamer.
Moge menige kasseien met u zijn Jo!
De grootste bewondering
Een fan!
Njah,
Jo S. een portie vergane glorie. De week voor Parijs Roubaix, moest hij zich in de Ronde van Vlaanderen ook tevreden stellen met een verre ereplaats.
Nadat hij nog kon aanklampen op de Kwaremont, Pater & Koppenberg, was het op de Berendries duidelijk dat hij door zijn beste krachten heen was. Muur & Bosberg waren dan ook een formaliteit voor de auteur van dit bericht.
Ok, in de Ronde van Vlaanderen was de man niet top, doch de waarheid kent zijn rechten en bijgevolg moeten we toegeven dat het voortijdige lossen van Jo S. het gevolg was van een (fantoom-)plattenband.
Ik meen me trouwens te herinneren dat die zomerdag in 2006 op een enkeling genaamd Wim L. na, het gehele Kempense contingent renners op achtervolgen aangewezen was. De rit begon nochtans goed met een collectieve machtsgreep op de eerste hellende strook. Met vier gepatenteerde temporijders snelden we de hoogte in, de thuisrijders en Il Pirata achterwege latend. Door het hoofd van Kobie1 moet zelfs zijn slagzin 'dat is hier kat in bakkie' gespookt hebben. De ontnuchtering kwam er echter op de eerste echte kuitenbijter. Ondertekende dacht dat de tijd gekomen was voor de beslissende slag, om zodoende de rit reeds in een vroeg stadium te beslechten. Doch na enkele decameters moest ik constateren dat de versnellingkeuze niet optimaal was, om het met een licht understatement uit te drukken. De plaatselijke pocketklimmers hadden duidelijk op dit moment gewacht en een voor een snelden ze me voorbij. Achter mij hoorde ik een niet voor publicatie vatbare kreet van Jo S, nadat hij tengevolge van een onvervalste 'Hasselbacher-move' van zeer dichtbij kennis mocht maken met de kasseien. De rest van de rit is geschiedenis. De Kempense temporijders waren op elke helling op niet meer dan achtervolgen aangewezen. Zelfs een imaginaire lekke band kon het tempo niet uit de wedstrijd halen. Die avond reden we gedesillusioneerd terug naar de Kempen, beseffend dat het klimwerk ons nooit eeuwige glorie zal opleveren. We kunnen ons echter optrekken aan de gedachte dat de pocketklimmers op ons parcours, en dan denk ik bijvoorbeeld aan het bekende Ansarat tijdrit circuit, even kansloos zouden zijn als wij op dat van hen. Al moet gezegd dat Il Pirata afgelopen zomer ook die zekerheid aan het wankelen bracht ;-)
Na enig observatiewerk kwam ik tot de conclusie dat de echte klassiekers met uitsterven bedreigd zijn. Binnen hooguit tien jaar bestaat de herinnering aan wat ooit geweest is slechts uit mondelinge overleveringen die (terecht?) in twijfel getrokken worden door al wie ze maar horen wil.
De wielerbond profileert zich als een organisatie die jeugdwerking hoog in het vaandel draagt. Dit uit zich in de curve van het aantal klassiekers. Deze curve is namelijk bezig met een vrije val van jewelste. De wereldbekerwedstrijden maken stilaan plaats voor zogenaamde 'aspirantenkoerskes'. Juist ja, de categorie van 12 tot en met 14 jaar. Een decennium geleden legden organisaties nog een maximumversnelling op, met strenge controles. Tegenwoordig is de traditionele verzetcontrole afgeschaft wegens te tijdrovend. De aspirantjes mogen voortaan dus met een verzet naar keuze rijden, op hetzelfde terrein waar de Groten - met hoofdletter G - voor spektakel zorgden. Ik moet toegeven dat enkele dappere Flandriens in wording veel moeite doen om de grote molen rond te krijgen op deze geaccidenteerde omlopen. Let op, ik spreek hier over enkelingen. De meesten eindigen met een chasse-patate in eigen braaksel en/of ander lichaamsvocht waarna ze enkele weken nodig hebben om te recupereren.
De vorige editie van Ansarat was hiervan meer dan het levende bewijs. De critici onder ons, die niet zomaar alle wetenschappelijke onderzoeken voor waarheid aannemen, kunnen volgend weekend langs de nadarafsluiting de helden van morgen bewonderen langs het alomgekende Darisdonkcircuit.
Getekend, een vergane glorie
Post a Comment